maandag 16 april 2012

't Licht

 Lichtbaken bij Hansweert.
Vuurtorens hebben we niet veel meer - in Zeeland nog zo'n vier - die bij Breskens (Nieuwe Sluis), die uit 1867 stamt en geheel van gietijzer is, bij Westkapelle, bij Nieuw-Haamstede (Westerlicht) en bij Ouddorp ( Westhoofd), waarbij onlangs, volgens mij, de eerstgenoemde, voorgoed gedoofd werd. Vuurtorens hadden vroeger een vuurtorenwachter, die het licht brandende hield en van boven uit zijn toren zijn eenzame beroep uitoefende, hoofdpersoon in tientallen jongensboeken - de kloeke held, die de zee afspeurende met zijn verrekijker, als het weer daar aanleiding toe gaf. Die tijd is nu helemaal voorbij ........ vuurtorens en vuurtorenwachters zijn, zo ze nog nodig zijn, gesaneerd of geheel geautomatiseerd.

 Kustlicht bij Westkapelle
Kustlichten of lichtbakens zijn er meer - Je vindt ze op cruciale plekken waar het scheepvaartverkeer gewaarschuwd moet worden. Vroeger had je bij Hoedekenskerke, ter hoogte van de Biezelingse Ham, zo ongeveer waar vroeger het dorp Oostende gelegen moet hebben, het zgn. Hoge Licht dat zo heette omdat het "hoog" was, hoger in iedere geval dat het Lage- of Kleine Licht, een lichtbaken dat halverwege het Hoge Licht en de landbouwhaven van Hoedekenskerke lag.
  Het Hoge Licht had een heuse lichtwachter, Broere, die er echter niet woonde, maar elke dag met zijn fiets vanuit het dorp door (!) de boeierd reed naar zijn werkplek. Of hij de lamp in de jaren zestig nog zelf moest aansteken en doven, weet ik niet - hij was in ieder geval zo'n laatste lichtwachter, een relikt dat past in het rijtje straatveger, koeienwachter, de aanzegger, melkboer, dijkbaas, de meneer van het De Gruyter's Snoepje van de Week en de petroleum- of kolenboer dat ik me uit mijn jeugd herinner.

Wie oog heeft voor deze fraaie, helrood geschilderde bakens langs de kust en de Westerschelde, zal er nog heel wat vinden. Ze mogen wat mij betreft niet verdwijnen of ten prooi vallen aan de slopershamer als ze, overbodig geworden en in-de-weg-staand bij dijkverzwaringen, afgebroken dreigen te worden. Zo'n Hoge Licht was meer dan zomaar een wit-rood geschilderde metalen constructie - het was een baken - een ankerpunt, waaraan je gehouden werd als je 's zomers ging spelen ( maar denk'r om, niet verder dan .....) of als je afspraken wilde maken om te gaan krabben ( bie't licht op 't Kapuun'oekdiekje ...).  Krabben, ja, want ik geloof niet dat ik ooit een echte vis aan de haak geslagen heb.  

Coppen Heynenhoek ('t Kapuun'oekdiekje) bij De Val van Hoedkenskerke. Links op de strekdam het licht.
Dat leek me overigens een prachtige combinatie, die ik fantaseerde in de tijd dat elk kind in zijn ontwikkeling door maakt, de tijd van brandweerman of piloot - schoolmeester of archeoloog..... vuurtorenwachten, vissen en boekenlezen .....  't Licht had ik toen nog niet gezien!  Maar die combinatie zag ik wel zitten. En soms een spannend boek natuurlijk, uit de dorpsbibliotheek ( in de consistorie), zo één, degelijk verpakt in grijs kaftpapier (als je voorzichtig peuterde kon je het plaatje voorop bekijken) - maar dat alleen binnen in de toren - het had een geheimzinnig, altijd toeë deurtje, voor als 't regende natuurlijk, want een boek lezen, dat deed je niet buiten .....
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen