vrijdag 27 april 2012

Het smirlapschuufje

Tot aan de Tweede Wereldoorlog kon je op het platteland van Zeeland handelaren tegenkomen, leurders, die van boerderij naar boerderij trokken en probeerden hun handel aan de man, of beter, aan de vrouw te brengen. De mannen waren immers meestal aan het werk op het land. Het was een hard leven, want deze zgn. kasjesventers waren meestal aangewezen op die paar centen die ze op deze manier verdienden, hadden vaak geen dak boven het hoofd en moesten 's winters, als het ondoenlijk was om hun kostje bijelkaar te verdienen, leven van de bedeling. In de zomer vonden ze, als een soort Swiebertje avant la lettre, nog wel eens onderdak als een boer hen toestond in de hooiberg of in de schuur te slapen.
De meeste leurders of kasjesventers leefden in de marge van de maatschappij en af en toe kom je in de kranten nog wel eens zo iemand met initialen tegen als hij veroordeeld werd voor landloperij. De meesten namen echter zijn verdwenen in de tijd ......  Johan George den Boer, beter bekend onder zijn bijnaam, Jan de Prentenknipper, daarentegen, maakte zichzelf onsterfelijk doordat zijn frutsels, knipprenten, bewaard gebleven zijn ........

 Willem de Bart was een bekende kasjesventer, die bij zijn grootmoeder in Hoedekenskerke woonde, die daar een klein winkeltje in de Kerkstraete had. Willem reed met zijn fiets, met voor op de bagagedrager, zijn handel, opgeborgen in een kist met een handvol laatjes. Ik herinner me hem nog stappend naast zijn zware fiets, met die grote kist voorop. Hij verkocht zijn handel aan de boerinnen in de Zak, attributen, die in elk boerengezin onmisbaar waren. Veiligheidspelden, duimspijkers, knopen, garen, verbandmaterial, drukknopjes, elastiek, band en ritssluitingen wellicht en misschien wel een pakje Blauw om de was mee wit te krijgen. Verder zal hij potloden en kroontjespennen en papier verkocht hebben en enveloppen en dat soort werk ...........

 Legendarisch was het onderste laatje, waar Willem, naar de kinderen toe, altijd geheimzinnig over deed. Daar mocht je niet inkijken, als je vroeg wat daar in zat. Het smirlapschuufje werd het genoemd en zo kregen wij het mee van onze ouders en grootouders. Eenmaal volwassen geworden en met kennis van de hoed en de rand bleek de inhoud van dat smirlapschuufje zelf een legende geworden ....... niemand kon me vertellen wat we nou eigenlijk niet mochten zien ......  ik kwam niemand tegen die er ooit en blik in had mogen werpen..... logisch, de meesten die het verhaal in leven hielden, waren immers zelf kind toen Willem rondtrok met zijn handel!

De marskramerkist van Wullempje is ondertussen bijgezet in het museum, het kleine dorpswinkeltje, genaamd 't Wienkeltje van Wullempje in Hoedekenskerke. Als de stoomtrein van de SGB ( Goes-Hoedekenskerke) 's zomers het dorp aandoet is het museumwinkeltje voor bezoekers geopend. De kist staat opgesteld achter in de winkel - de laatjes een beetje open geschoven, behalve ......... Met eerbied voor Wullempje en zijn geheim heb ik me altijd kunnen inhouden even een blik te werpen in het geheime schuufje ....
De laatste keer dat ik 't Wienkeltje bezocht en 't verhaal aan mijn gasten vertelde, ontnuchterde een medewerker van het museumpje me, klaarblijkelijk niet-van-hier, niet opgegroeid in de mystieke wereld rond 't geheime schuufje, door te zeggen ...... Kiek mè!  En ze trok het schuufje zomaar open ……. Het voelde, als op de dag dat mijn ouders me vertelden, dat Sinterklaas niet bestond en mijn vertrouwen in de mensheid wreed als een zeepbel uiteenspatte  ……….
Hans Koert
Twitter: #slikopdeweg  - Feesboek: Slik op de Weg
 
SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio en har bewoners

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen