dinsdag 10 april 2012

Bestek

 Wie er niet ooit als kind gefascineerd geweest is door de schelpen op het strand, is niet jong geweest? Zakken vol werden er mee naar huis genomen om daar uitgestald te worden op de keukentafel en bewaard in een oud sigarendoosje, tot de tijd en de interesse vergleden en de fossielen op het grintpad belandden.
 De meeste schelpen, die je op het strand vindt, zijn soms al eeuwen geleden op de bodem van de zee neergelegd en door de onderstroming naar het strand gevoerd. Als we het strand opspuiten, zandsuppletie heet dat, vanaf zandbanken voor de kust, dan wordt de natuur uiteraard een handje geholpen ........... Dat de meeste schelpen op het strand in feite fossielen zijn, gaf voor mij de schelp een extra dimensie - waarschijnlijk was ik toen al, zonder da't 't wist, geinteresseerd in geschiedenis. 
 Het duurt een tijdje voordat je als kind door hebt dat er eigenlijk nog een diertje in hoort te zitten. Dat de twee helften min of meer aan elkaar passen heb je al wel ontdekt, maar als je dan een keer een dichte dubbele schelp vindt, zit er in negen van de tien gevallen gewoon slik in ..... Pas na de eerste mosselmaaltijd valt het kwartje bij de meeste kinderen, denk ik ..... Die ontdekking valt, emotioneel, denk ik, in de categorie van emotionele teleurstellingen in de orde van het besef dat Sinterklaas-is-een-verklede-man.  Je hoeft niet veel verstand van schelpen te hebben om er van te genieten. Een kenner zal tientallen soorten herkennen; de leek zal tot een handvol komen, die hij kan benoemen. De kokkel of hartschelp is wel de meest bekende.
 Kokkels hebben een dikke schelp en tellen een 24-tal ribben, die, als't ware uitwaaieren. Hij is een zgn. tweekleppige schelp, waarvan meestal de helften gescheiden zijn. Een kokkel, die nog maar pas het loodje gelegd heeft, is meestal licht van kleur - een fossiele vaak donkerder.  In Zuid-Europa staan kokkels vaak op het menu; vreemd eigenlijk dat we hier in Zeeland ze eigenlijk nooit eten - aan de Vlaamse kunst weer wel, geloof ik. Zou het daarom komen, dat we meestal alleen lege kokkelschelpen op onze stranden tegen komen?
 Een soort die tot de verbeelding spreekt is de Tafelmesheft of ook wel Amerikaanse Zwaardschede genoemd. Deze langwerpige schelp heet zo omdat het de vorm heeft van een ouderwets tafelmeshandvat, dat vroeger vaak van hout of been was. Deze schelp prikkelt de fantasie natuurlijk en als kind is zo'n afwijkende vorm genoeg inspiratie, om te verzamelen. Vreemd genoeg heb ik me vroeger nooit afgevraagd hoe deze dieren leven! Wel, net als normale schelpdieren filtert het dier het zeewater op organismen die in het water zweven, waarvan hij leeft. De Tafelmesheft beweegt zich in het water meest verticaal, waarbij hij, in geval van gevaar, zich razendsnel verticaal de zeebodem in kan boren.
 
Ook deze schelp, althans de inhoud, is eetbaar en ook hier geldt dat ze maar zeer zelden op een Zeeuws menu prijken. Ik heb ooit in Breskens een zeevruchtengerecht gegeten met zo'n vijf verschillende soorten gekookte schelpdieren, met natuurlijk mossels, maar ook kokkels, nonnetjes, wulken en het mesheft. Het was, wat mij betreft, een exclusief culinair avontuur, alleen al omdat je geen bestek erbij krijgt - je moet (of mag) alles met de handen eten, en dan kun je, net zoals de prehistorische mens dat gedaan zal hebben, met een lege (mossel) schelp het vlees uit de schelp happen, maar handig is het niet - het blijft behelpen. Ik heb toen natuurlijk wel een paar keer jaloers naar die mesheften gekeken ............

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Bepaal welke immateriële elementen op de Zeeuwse erfgoedlijst horen. Stem!

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen