woensdag 11 april 2012

B B&B

 Er zijn nog maar weinig plekjes in ons overgeorganiseerde maatschappij waar de natuur zijn gang mag gaan ........ rommelhoekjes, houtwallen of plekken waar de vuulte, het onkruid dus, geen on-kruid is, maar welig tiert ....... Veel insecten, vogeltjes en kleine zoogieren vinden op zulke plekjes een veilige schuilplaats, een foerageerplek of een hoekje voor hun nest of holletje.
 Oude boerderijen, zoals die van Hoeve van der Meulen in 's Heer Abtskerke, hebben altijd wel van dit soort plekjes, die even wat minder interessant zijn voor de boer, of hoeken van zijn bedrijf, waar hij, tijdens de drukke ploeg- zaai- en oogstmaanden niet aan onderhoud toekomt. Vroeger, toen men op de boerderij nog grotendeels zelfvoorzienend was, werden dit soort plekken soms gecreëerd, zonder dat men uit was op het bevorderen van de leefomgeving voor de rond de boerderij levende fauna: de houtvumme
 Iedere boerderij had voor de oorlog een eigen bakkeet, waar de boerin een paar keer per week het brood bakte en de boer maakte daar ook zijn varkenspetaoten klaar, in de schil gekookte aardappelen die de varkens als voer dienden. Dit soort keten waren meestal kleine stenen huisjes, meestal los van het huis, soms aan het huis gebouwd, zoals je dat vooral op Walcheren aantrof. En in de eerste helft van de vorige eeuw, was het zelfs gebruikelijk dat de boer en de boerin in de zomer ook in de bakkeet of 't stoepekot woonden - makkelijk, dan hoefde het huis niet bijgehouden te worden. 
 De oven in de bakkeet werd gestookt met takkenbossen, mustert, die overal vanaf het boerenerf of de houtwallen met kopbomen ( = knotwilgen) rond de landerijen vandaan gehaald werden. Zo'n hoop werd een houtvumme genoemd. Zo'n hoop hout kon ook uit hakhout bestaan of, nog vroeger de meekrapwortels, die geoogst waren .... Aangezien zo'n hoop opgestapelde takken vaak maandenlang in tact bleef, was het een ideale plek voor kleine zoogdieren als egeljes, die ten onrechte soms stekelverkentjes genoemd werden en muus'ondjes,  wezeltjes, die er een teruggetrokken bestaan hadden. Vogels, die graag in de beschutting hun nestje bouwden vonden er honderden gaatjes om een plekje te maken waar ze hun eitjes konden leggen, zoals bijvoorbeeld het duumpje, het winterkoninkje, dat zijn piepkleine nestje tussen de takken gefrommeld heeft. Ook het kleine velduiltje zal zich hier wel eens hebben verscholen. Tientallen insecten zullen zich bij nat weer of 's nachts tussen de takken verstopt hebben.


Grappig eigenlijk, dat de keurig (soms machinaal) gekloofde muren van openhaardhout (vaak met afdakje), die openhaardbezitters bij hun huis koesteren, ongewild de taak van de vumme een beetje overgenomen hebben. Zelf draag ik, met mijn eenvoudige kunstmatig gecreërde vumme, mijn zgn. insectenhotel, B B & B, (Bijen Bed & Breakfast) een bescheiden steentje bij aan de instandhouding van een gevarieerde fauna om het huis ......... Als boven de boel bestierd wordt door een rosse metselbij, dan zit ik goed! 
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Kies je eigen lijst van immaterieel Zeeuws Erfgoed. Bepaal wat niet verloren mag gaan.

Slikopdeweg: De dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen