woensdag 9 november 2011

Koesa

Volkstuintjes, een lapje, de hroentetuun, een plek om je eigen groenten te verbouwen - je ziet het steeds minder. Zo'n vijftig jaar geleden hadden de meeste mensen die in een dorp woonden en een tuin hadden wel een plek gereserveerd om kool, sla of tomaten te kweken, al dan niet met wat ramen (= broeibak) (oppassen met die bal!) of een zelfgebouwd kastje. Sommigen gewoon omdat het leuk was je eigen groenten te kweken - anderen omdat het goedkoper was dan groente in de winkel. Boerderijstalletjes langs de weg zag je toen nog niet zo vaak.
Groente werd in de zomer, denk aan (snij)bonen, ingevroren en vóór de ijstijd werden de groenten gewecked - een tijdrovende klus, waarbij de resultaten lang niet altijd goed bleken.
En nog verder terug in de tijd hoorde een stukje gras, nee geen gazon, achter elk huis ..... de bleek, waar de witte werd neergelegd in de zon: daar werd hij witter van .............als de bal er niet pronguluk op vloog, tenminste.

Wie in crisistijd, zoals de jaren dertig of tijdens de oorlog, wat grond had, verbouwde groenten. Bloemen, voor de mooi, kregen hooguit een plekje langs de randen of op plekken die "economisch" minder aantrekkelijk waren. Soms kon je er zelfs kleur mee bekennen, denk aan oranje Afrikaantje in de oorlog. Ik herinner nog dat mijn vader bij de zaadhandel (Bakker - Hillegom: Die stuurden een catalogus, waarbij altijd wel een foto van een in de hand gehouden reuzenaardbei stond - als kind hadden we dan al door dat het de hand van een peuter was.) een keer zaad gekocht had van een nieuwe, voor deze streken onbekende plant, de Koesa. Het was een kruipplant en er kwamen grote waterige vruchten aan die, gebakken of gestoofd, naar niets smaakten - je moest het lekker maken met bijv. kaas, tomaten en aromat ( ja, dan wordt alles lekker, riepen we dan). Nu eet iedereen Koesa, maar heet het in de winkel gewoon Courgette. We hadden ook beiers, rode bessen, die deed je door de yoghurt, en aardbeien. Of stekulbeiers, bij opoe en zwarte bessen ........ maar die gingen naar de veiling - die kon je niet eten ( waarom groeiden ze dan bij ons in de tuin?). En oh wee als je een moerbeiboom wist te staan .......... dat was het lekkerste wat er bestond. Bij grotere dorpen of steden liggen de volkstuintjes vaak aan de rand van het dorp, zoals hier in Ellewoutsdijk - daar moet je heen als je de grond wilt verbouwen - voor veel mensen is die afstand letterlijk te groot. Alleen wat gepensioneerden willen nog wel eens met een rieve achterop de fiets richting het lapje gaan en met de kerst moest 't omliggen. Je ziet ze tegenwoordig een heel enkele keer nog wel eens naar huis terugkeren met het hondje rennend naast hun (electrische?) rijwiel om het baasje bij te houden ( wordt hij ook meteen gelucht) die met twee boerenkoolstruiken achterop tussen de snelbinders als een jager, die terugkeert van de jacht huiswaarts keert ............ ( Ellewoutsdijk - Zak van Zuid-Beveland) ( september 2010)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: slikopdeweg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen