zondag 6 november 2011

Het schetsboekje

De kennis van het boerenbedrijf is eeuwenlang overgedragen van vader op zoon en het beheren en management werd geleerd in de praktijk. Mijn grootouders woonden bij ons op het dorp Hoedekenskerke en hadden een aantal melkkoeien en wat hectaren akkerland, een gemengd bedrijf noemde men zoiets op school, een keuterboertje. Als kind had je geen idee wat daar allemaal wel niet voor kwam kijken, de rompslomp eromheen, je zag alleen de dagelijkse gang van zaken: de koeien die elke dag uit de Boeierd gehaald werden, door het dorp gedreven om in de stal met de hand gemolken te worden, de melkbussen langs de weg, de gruppe, die schoongemaakt moest worden, de pêêmeulen, waar in de mangels gesneden werden en de zakken lijnkoekjes en gedroogde pulp, die de dieren in de winter kregen - hard werken het jaar rond ..........
In de gerestaureerde Hoeve Van der Meulen in 's Heer Abtskerke kun je in het woonhuis, dat nog steeds ingericht is, zoals de laatste bewoner dat achtergelaten heeft, het bureau vinden, waarachter hij zijn administratie bijhield. Mijn grootvader had, voorzover ik me herinner, geen specifieke plek, maar deed zijn administratie waarschijnlijk gewoon in de kamer aan de tafel als we naar bed waren. Wat er zoal kwam kijken bij het leiden van een melkveebedrijfje, ik laat de akkerbouwpoot hier voor't gemak even weg, kun je achteraf wel reconstrueren - alleen de schetsboekjes waarin de kalfjes geregistreerd moesten worden, staan me nog helder voor ogen. In die tijd bestond nog geen woord als melkquota en leverde elke boer de melk aan de melkfabriek in glimmende ( dankzij mijn opoe of moeder, want die schuurden de emmers en melkbussen bie de têêltuun tot ze glommen.) melkbussen, die hij 's avonds aan de straat zette; de open vrachtwagen van de melkrijder kwam die bussen dan ophalen en 's morgens stonden er dan lege voor terug - aan het nummer op de bus kon men in de fabriek zien van wie de melk in de bus was - dat zal allemaal in lijstjes bijgehouden zijn. De melkfabriek bepaalde het vetgehalte en aan de hand daarvan vond de afrekening plaats. Mijn opoe heeft enige tijd melk verkocht op het dorp en mijn moeder en oom brachten die na de oorlog rond met op de fiets of met een karretje, maar dat was voor mijn tijd.
Eénmaal per jaar werd de keu geslacht, het varken, door de slachter van het dorp. Ik herinner me dan dat het hele huis op zijn kop stond en we moesten daar dan niet rondlopen - pas 's avonds, of na schooltijd, waren we welkom. Gekookte swirtjes waren een lekkernij, waarvoor je graag een straatje omliep. Ook zal er af en toe een koe verkocht zijn aan de slager op het dorp, maar daar kan ik me weinig van herinneren. Dat maakte je niet zo bewust mee - de tere kinderziel werd dat bespaard; een verksje af en toe, dat hoorde, maar een koe ....?, In een boekje dat ik ooit vond, getiteld Handleiding om door eenvoudige meting het gewicht van het rund- of hoornvee te bepalen vond ik een geestige afbeelding, waaruit elke boer de omtrek en lengte van zijn koe kon bepalen, zodat hij kon schatten hoe zwaar zijn koe ongeveer was - je zet zo'n beest natuurlijk niet even op de bascule. Bovendien gaf het je een instrument om de schatting van de slachter te kunnen verifiëren. Links moet mijn opa voorstellen met pet en rechts Jan Lous, de slager van het dorp. Elke dinsdag ging mijn opa naar Goes naar de Landbouw, want daar werden zaken geregeld. De Landbouw was ( en is) een café op de Markt, nu een Lunchroom, waar de boeren uit Zuid-Beveland bij elkaar kwamen. Hier werden afspraken gemaakt en informatie uitgewisseld. Ook mijn opoe ging wel eens naar Goes op diesendag, maar dan was het vooral voor de markt- ze hoefde niet langs C & A aangezien ze op d'r boers was en de Hema of V & D waren d'r toen nog niet - boerehoed haalde je gewoon op't durp bij Rine Versluus. Zoals ik al eerder zei, herinner ik me van de administratie, de rompslomp er omheen, weinig .......... dat ontgaat je als kind. Ik herinner me nog wel lijstjes die ingevuld moesten worden, maar één ding staat me nog helder voor de geest, de schetsboekjes. Als er een kalfje geboren was, dan moest dat geregistreerd worden. Tegenwoordig hebben alle runderen een oormerk met een nummer, waar alle kenmerken van het dier digitaal geregistreerd zijn ......... Toen ging dat anders. als een kalf geboren was, moest mijn opa een registratieformulier invullen waarin de naam van de moederkoe en dat van de stier in voorkwam en uiteraard de naam van het kalfje. Meestal waren dat namen als Bertha 1 of Clara 6. Mijn opa had ook een boekje, waar een (lege) afbeelding van een kalfje in stond. Hierin schetste hij dan met potlood de vlektekening van het dier, zeg maar het zichtbare dna, de unieke vingerafdruk van het dier, zo je wilt. Dat was heel serieus werk, waar we niet bij in de weg moesten lopen en zeker niet mochten helpen. Een heel enkele keer kregen we wel eens zo'n half gebruikt schetsboekje waar we dan ons eigen kalf in creërden. Ik weet nog dat deze schetsen me mateloos fascineerden, en omdat ik graag tekende zou het best gekund hebben, dat ik op die leeftijd veel liever boer had willen worden dan bijv. piloot of brandweerman. Of mijn opa het ook zo leuk vond, al die rompslomp, weet ik niet - hij zat volgens mij liever achter de koeien dan achter zijn schetsboek. ( 's Heer Abtskerke / Hoedekenskerke - Zuid-Beveland) ( september 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen