maandag 21 november 2011

De aaibaarheid van Nieuwe Natuur

Zeeland - Zee en Land ......... al eeuwen lang wordt hier de strijd gevoerd tussen het water en het land. De zee geeft ( voedsel en aanwas) en neemt ( overstromingen en honger-naar-zand). Zandhonger - toen ik voor het eerst dit woord hoorde, moest ik denken aan de tijd dat je je als kind nog kon vermaken met het bakken van koekjes op de rand van de zandbak ........
We beschermen ons door hoge stevige dijken, die megastormen, die eens in de, pakweg 4000 jaar voorkomen, kunnen weerstaan. Dat eens in de 4000 jaar heb ik niet geverifieerd, als een mislukte professor, die zijn eigen werkelijkheid maakt, want aan dat soort, onvoorstelbare, normen moeten de Zeeuwse dijken voldoen - veiligheid? of een soort schijnveiligheid (Oh, dat maak ik niet meer mee!). We hebben ook zeearmen als de Oosterschelde afgesloten, zij het dan met een doorlaatsysteem, dat we kunnen sluiten als er zo'n megastorm op ons afkomt.
Het half afsluiten van die zeearmen bracht weer andere problemen met zich mee, die we niet hebben kunnen voorzien - algen zorgen voor een groene stinkende soep en in de Oosterschelde verdwijnen de schorren en slikken - zandhonger dus ..... en watervogels, die honger krijgen. We hebben dit opgelost door Nieuwe Natuur te maken, aan te leggen binnendijks, zodat we de vogels weer een plek geven waar ze in alle rust kunnen fourageren. Zo'n stuk binnendijkse Nieuwe Natuur is plan Tureluur bij Serooskerke op Schouwen-Duiveland; een brakwater gebied waar de natuur zich kan herstellen.

Natuurgebieden zoals De Prunje, een andere naam voor Plan Tureluur, moet zich ontwikkelen zoals Zeeland er vroeger moet hebben uitgezien - ver voor de tijd waarin kerkdienaren nog liever een schop in hun handen hadden om dijken op te werpen tegen het water, dan een staf of mijter. De tijd van de uitgestrekte moerassen, waar oerossen rondtrokken op zoek naar vegetatie. Oerossen bestaan niet meer, maar iets minder oer nog wel, dus worden er runderen uitgezet, die genoegen nemen met wat ruigere vegetatie en niet persé een geschoren gazon nodig hebbenom hun kledder vlaaien te deponeren. Maar hoe geef je daarin de mens een plekje? Er worden kijkhutten gebouwd, waarachter we ons, bij gebrek aan bosjes, kunnen terugtrekken als we de vogels willen bespieden (Zijn dat blinde vinken pap?) en we maken een Vogelboulevard ( dat verzin je toch niet), waarop je vanuit de auto ... en uitkijktorens, bij gebrek aan bomen waar we in kunnen klimmen (netjes via het trapje, dat wel) om het grote wild te spotten. Maar pas op, mensen - het zijn geen marmotten - afstand houden dus ( 25 meter = ca. 20 armlengtes, maar s.v.p. schatten, niet eerst na meten ...), geen kuddes doorkruisen (... maar dan moeten we helemaal omlopen, mam ...), geen rare gezichten trekken ( Hans, doe normaal, straks schrikken ze van je...) en niet aaien, vooral niet aaien ... ( weer ons marmotteninstinct.). Ooit geprobeerd een rund te aaien op 25 meter afstand? (Serooskerke - Schouwen-Duiveland) (augustus 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen